25-01-08

vrijdag 25 september - Betrayed?

Honderden woorden kan ik neerschrijven, hier, onze gesprekken van de afgelopen dagen. Woorden tellen niet, het zijn de daden die het hem doen. Ik kan hem niet vertrouwen zegt hij, en dat laat hij ook duidelijk zien, in zijn handelingen. Hij liegt tegen me. Ik voel het. Hij zegt het. Hij is een idioot, omdat hij niet eerlijk kan zijn, een ezel, die zich telkens stoot aan dezelfde steen. De spanning is ondraaglijk, wanneer we beiden in dezelfde ruimte zijn. Zijn verraad vreet aan me, wanneer ik hoor dat hij dingen voor me verzwijgt. Het gaat niet om de feiten, maar om het gevoel. Net zoals het bij ons niet om de feiten gaat, maar om het gevoel. De feiten zijn duidelijk, geen van beiden is elkaars type, de situatie laat ons niet toe samen te zijn, omdat hij nog altijd met zijn godverdomse principes zit, hij is niet mijn droomman, ik niet zijn droomvrouw. Dat is het eerste luik. Niet echt rooskleurig. Het tweede luik onthult slapeloosheid, eindeloos denken en dubben, gelijktijdig afzweren van ons losbandig leven. Een toevallig luik, neen, geen toeval, maar dat spreken we niet uit. Het derde luik is wat de buitenwereld ziet. Hij die zich afstandelijk gedraagt, in bepaalde situaties, bij bepaalde mensen, hij die me omarmd wanneer niemand het ziet, me kusjes toewerpt, zo diep in mijn ogen kijkt dat ik nog ga geloven in onbevlekte ontvangenis. Maar ze zien ons wel, zegt zij. Zij, zij die me op de man af vroeg hoe het nu zit tussen ons. Ik kan haar niks wijsmaken, want ze ziet hoe hij rond me fladdert, hoe ik flirt en speel, hoe hij zijn ogen niet van me kan afhouden, wanneer we denken dat niemand naar ons kijkt. Ik zie liefde in je ogen schat, denk er maar eens over na, fluistert ze me toe. Ze heeft gelijk. Zoals de wijze woorden van my dearest Daddy ‘laat ze nu eindelijk eens graag zien’, tegen mama-lief die met haar ogen rolt telkens ik over hem praat. Hij zit er mot op, ik zie hem graag. Hij vertelt me waarom hij bepaalde dingen niet wil doen met mij, en hij zegt dat hij liegt, omdat ik zeg dat hij liegt. Er is meer aan de hand, de woorden dekken de lading niet, zijn niet de boodschap die hij wil zeggen. Hij is slecht, zegt hij, omdat hij het niet kan uitspreken. Hij kijkt, heel diep in mijn ogen, ik vraag om ermee te stoppen, maar hij blijft kijken, ik voel me ongemakkelijk. Een kus, dat zou het enige passende antwoord zijn, maar geen van beiden die een vin verroert. We maken ruzie, ik voel me ontgoocheld in hem, in zijn façade naar de buitenwereld toe, in zijn verraad, naar mij toe. Ik verbreek wat er is, onze vriendschap, en zeg dat ik niet meer verder wil, dat ik kapot ga, aan heel de situatie. Hij ook. Met tranen in zijn ogen staart hij me aan, en smeekt me om niet alles weg te gooien, hij is fout geweest, hij wil zichzelf beschermen. Egoïstisch, jezelf voor mij stellen, achter mijn rug om, om je eigen hachje te redden. Het is voorbij. Schat, ik wil je vastnemen. Ik trek me terug. Knuffel mij. Nee. Hoe kan ik een verrader knuffelen? Hij staart naar me, met de meest zwoele blik ooit, stop ermee, dit is niet goed. Hoe kijk ik dan naar je, vraagt hij. Net alsof hij het niet weet. De spanning is scherper dan ooit, en ik worstel met hem en met mezelf. Ik zie deze man graag, en kan het niet verbergen, enkel voor hem. Ik wil je zien morgen, zegt hij. Neen, geen goed idee. Ik wil je niet meer zien. Spelen met vuur, want hoe kan ik zonder hem? Hij begint te vloeken, emotie, eindelijk, ik zie emotie. Ik krijg hem kwaad. Ik wil je niet verliezen, zegt hij nogmaals. Waarom, waarom maak je dit dan allemaal zo ingewikkeld? Met een gemengd gevoel en een verwarde knuffel wandel ik weg. Ik had hem waar ik het wou, of toch nog niet helemaal. Wanneer de gemoederen wat bedaard zijn, vraagt hij me om de hamvraag te stellen, de vraag waar we beiden op zitten te wachten. Het ultieme moment, net nadat hij zich helemaal heeft geopend, om hem te krijgen waar ik wil. Maar ik stel ze niet, bang, bang van zijn antwoord. Bang dat hij me weer een dubbele boodschap gaat geven, zeggen dat hij me niet wil, om daarna te zeggen dat hij niet eerlijk kan zijn. Een grote spiegel, dat heb ik nodig, om deze voor hem te plaatsen, en te laten zien wat hij de laatste weken is, een hoopje ellende, niet in staat zich te openen naar mij toe, omdat ik niet pas in zijn wereld, zoals hij niet in de mijne past. Ik wil ernaast gaan staan, en hem tonen hoe hij zich aftekent in mijn gezicht, op mijn lichaam, lijnen, groeven, wallen, bleek, triest. Triest omdat ik niet kan houden van hem, zoals ik van hem hou, triest omdat hij weet dat hij niet eerlijk is, en er niets aan doet … Waarom kan het bij mij nooit simpel zijn?

23:52 Gepost door A girl in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Zo hatelijk, het alletwee weten maar het niet zeggen...

Gepost door: Nina | 26-01-08

Een dikke knuffel, meer niet... want je weet wel hoe het allemaal in mekaar steekt en je besluit dat deze situatie niet simpel is. Ik hoop voor jou op de best mogelijke uitkomst.
Daarom: dikke knuffel
X

Gepost door: Lentesneeuw | 27-01-08

Je beschrijft het zo goed, zo vol gevoel, dat ik er zelf weemoedig van word.

Gepost door: Chaoot | 28-01-08

De commentaren zijn gesloten.