28-08-07

dinsdag 28 augustus - Klamme handjes and so on ...

Ze zijn zo lief meneer. F.G. overstelpt me elke dag wel met iets liefs. Zacht, open, en niet opdringerig. Hij gelooft erin, en wil me blijven zien, ik niet. Ik wil hem wel blijven zien, maar ik geloof er niet in. Ja, er was aantrekkingskracht, ja, er was een sterke mentale connectie, nee, er was geen onverklaarbare, stomende verliefdheid. Dus nee, het is niet goed genoeg. Misschien gooi ik wel het kind met het badwater weg, of hoe zegt men dat? Misschien laat ik wel een kans op een perfecte toekomst schieten. Misschien is hij wel de ware, maar ben ik zo verblind door verlangen naar P., dat ik mezelf niet genoeg openstel. Maar ik moet voelen wat ik voel wanneer P’s naam van het scherm flikkert. Dat hart dat een sprongetje maakt, zweethandjes, en warme blos op mijn wangen. Dat is gevoel waar ik naar streef. Ongezond, want alles draait in een te hoog toerental. Comfortabel ook niet, want paniekaanvallen zijn zelden veraf. Leuk is ook anders, want er is, door de laatste week, zo weinig vertrouwen, dat ik niet goed weet wat te zeggen en over mijn zinnen struikel. Warm, dat wel, verlangen naar, dat ook. Hij is terug, en belt me, onverwachts, en dus duurt het even eer ik opneem. Hoe moet ik reageren, na alles wat er gezegd is? Hoe moet ik mezelf opstellen? Moet ik mezelf openen, of blijven spelen, of zoeken naar het perfecte evenwicht? Het wordt dus een evenwichtsoefening, met een beetje gestotter, geïnspireerd door mijn lichtelijk paniekerig gevoel, bang om stil te vallen, om na twee minuten uitgepraat te zijn, bang om domme dingen te zeggen, te lief of te kwetsend. Maar het gesprek loopt, niet vanzelf, maar hij is onderhoudend, zijn grappige zelf, plaagt me en bevraagt me. Hij wil, waar ik al een week naar hunker, me zien. De manier waarop hij het aankleedt is amusant, onschuldig en zonder pretentie, tegendraads van wie hij lijkt te zijn. Ik wil, maar kan niet. Ik voel me niet lekker, ben misselijk, zweterig, koortsachtig en op het zieke af. Ik wil niet dat hij me zo ziet. Als ik voor hem zit moet ik fris, springerig en zot zijn, en dat ben ik nu even niet. Niet afspreken dus. En hij doet er lacherig over, termen als ‘de laatste kans’ en ‘nu is het voorbij”, maar de manier waarop hij het zegt doen me lichtjes vermoeden dat hij het even hard wil als ik, ook al is hij een speelvogel. De manier waarop hij me aanpakt, doet me vermoeden dat hij meer is dan die gek, en dat hij meer in mij ziet dan die gekkin. Want daar zijn we het wel over eens, dat er aan ons allebei een serieus steekje loshangt. Toch iets waar we klaarblijkelijk in overeen schijnen te komen. Ik vraag me af, of hij het is die me dit koortsachtig gevoel geeft of dat ik daadwerkelijk een beestje in mezelf heb zitten. Maar beestjes of geen beestjes, één zaak is duidelijk, ik wil, wat het ook is, dit een kans geven en proberen te doen wat bij F.G. als vanzelf ging, me kwetsbaar opstellen, open zijn en doen wat ik bij F.G. niet gedaan heb, hem een kans geven. Misschien heb ik wel een halve gek nodig om mijn gekkigheid eindelijk eens te verliezen …

22:05 Gepost door A girl in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.