01-06-07

Vrijdag 1 juni - Wachten op meer ...

Sneltreinen donderen over me heen. Met een oorverdovend geluid en een denderende vaart kwamen ze op me af. Twee keer te laat, om weg te springen. Twee keer overdonderd door gevoelens. Hij vraagt me om te lunchen, toevallig in A. en zich houdend aan zijn woord ‘we will meet again’.  Als bij donderslag verander ik van een grommelige girl, die zich nog maar eens genoodzaakt ziet om iemand op zijn plaats te zetten, in een lief dingetje. Er is echt geen ander woord voor. Ik word lief als hij aan me denkt, en ik aan hem. Zacht, te zacht, snel verander ik van een bitch naar een emotionele warboel, waarbij ik enkel nog kan lachen en grinniken. Puberaal bijna, maar dat is wat hij doet met me. Mijn concentratie slaat om van hyperfocus tot doelloos rondvarend, denkend aan wat ik moet doen. Ik heb geen tijd om te lunchen, neem geen tijd om te lunchen, maar zoals ieder mens moet ik eten. Leven op sigaretten en koffie is niet de manier, zeker nu niet, en dat besef ik. Dus ja, ik zeg ja, omdat ik honger heb, en hem wil zien, vooral omdat ik hem wil zien. Het lijkt gestolen tijd, elke minuut die ik met hem doorbreng, en die voorbijvliegt alsof het seconden zijn. Ik wil meer, langer, intenser. Meer dan enkel praten. Ik wil voelen, proeven, ruiken, hem dicht bij mij. Ik wil dat hij in mijn haar woelt, me streelt, me een reden geeft om te verlangen. Maar het blijft bij praten. Uren kunnen we praten. Beide woelwaters, beide leven op de toppen van ons tenen, van high naar higher gaan, met af en toe een kleine dip. Een bijzonder persoonlijk contact noemt hij me. Het streelt mijn ego, hij die zoveel mensen kent, en mij ziet als bijzonder. De tijd die we delen is te kort, omdat we niet leven tegen honderd, maar tegen tweehonderd per uur. Afgemat, zo zien we eruit, maar tegelijkertijd stralen we, in elkanders aanwezigheid. De hele wereld verdwijnt, als hij bij me is, en toch gaat de mallemolen door. We nemen afscheid, berekend, en toch niet helemaal. Er is geen enkele intentie om over de schreef te gaan, maar ik voel dat hij me terug wil zien, hoop dat hij me terug wil zien en vraag me af ‘when will we meet again?’. Op wolken loop ik terug binnen op kantoor, waar in amper een uur tijd een ganse aardverschuiving heeft plaatsgevonden. De grond zakt letterlijk weg onder mijn voeten, mijn hart klopt tegen driehonderd per uur, en ik kan enkel denken, what the fuck en iets wat het woord C4 inhield. Mijn liefheid, die enkele minuten ervoor nog als een roze wolk om me heen hing, valt van me af, in luttele seconden. Just like that. Stomend storm ik binnen, bij degene die me dit aandoet, ik puf en blaas en zeg dat ik liever niet teveel zeg, eer ik teveel zeg. Af en toe moet ik leren eens dieper adem te halen, en alles even te laten bezinken, maar gedreven door een Zuiders temperament ben ik wie ik ben. Mijn angst was voorbarig, de C4-gedachte ook, men denkt in mijn lijn, eindelijk en duidelijk. Ik ga krijgen wat ik wil, denk ik, verwacht ik, hoop ik. Mijn immense inspanningen van het afgelopen jaar zijn niet over het hoofd gezien, mijn talent om alles in goede banen te leiden, van het onmogelijke het realiseerbare te maken, van het zoeken en wroeten naar anders en beter, lijken eindelijk beloond te worden. Ik ben benieuwd, wat de toekomst voor me in petto heeft, en wacht af, op wat komen gaat. Wachten op meer, beter, wachten op hem.

00:04 Gepost door A girl in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

khoop voor jou dat die toekomst héél mooie dingen voor jou brengt, succes!

Gepost door: Sara | 01-06-07

De commentaren zijn gesloten.